Klapteam, ramskwat, knokploeg
13 January 2010, by Diklip Ferrarah
De kalender vermeldt 25 juni 2010. Ik had het kunnen zien aankomen Alex. Maar vermijden was onmogelijk als je een hart in je bast hebt. Kameroen heeft Nederland gisteren op het WK voetbal in Zuid-Afrika verslagen met 3-1, we zijn uitgeschakeld. Ik heb een maat die uit Kameroen komt en hij heeft, toen hij in 2009 naar Nederland verkaste, mij een shirt van zijn nationale elftal cadeau gedaan. Vet shirt, groen met geel en rood, gemaakt door Puma, alhoewel het waslabel iets anders doet vermoeden dan de opgestikte springende katers.
Donderdag 24 juni 2010
Ik wil dat Cedric, mijn
Kamroense vriend, zich hier welkom voelt. Dus trek ik mijn Kameroenshirt aan,
vertel hem dat hij zijn Oranjeshirt moet dragen, want die had ie al. We gaan
naar het café en gaan de wedstrijd op een groot scherm bekijken. Iedereen lacht
om ons, de neger met het Hollandshirt en de albino met dat van de Afrikaanse
tegenstander. We krijgen veel biertjes van de mensen, de sfeer is goed. Maar
dan begint de wedstrijd met de fatale afloop voor Nederland. Aan het eind is
iedereen goed ziek, Cedric niet natuurlijk, maar ik wel. Gelukkig gebeurt er
niks, deels doordat men sportief genoeg is, maar deels ook omdat de andere
jongens van basketbal zich bij ons gevoegd hebben en we dus met een aardig
clubje grote kerels zijn. Ik krijg slechts één opmerking te verduren die ik
niet versta, maar die wel met een grote lading wordt uitgesproken.

De vrijdag erna
De plaatser van de
opmerking tussen opeengeklemde tanden door die langs mij heen was gelopen, belt
zijn vrienden. Hij vertelt van de avond ervoor, hoe die gast met zijn
Kameroenshirt tof stond te doen in een Hollands café. Ze besluiten dat de maat
vol is. Ze hadden toch al een hekel aan buitenlanders, maar die overlopers die
vrienden met ze zijn, zijn nog tien keer zo erg. Ze besluiten een knokploeg te
vormen en mij een lesje te leren.
Die dag is het ze niet
gelukt. Ze hadden namelijk maar vier man en een ploeg moet minstens uit vijf
bestaan.

Zaterdag 26 juni 2010
De knokploeg is compleet.
Na een oproep op internet waren er nog drie aanmeldingen, dus men kon aan zijn
taak beginnen. Mijn adres hadden ze al, daar hoef je geen genie voor te zijn,
Kampen is een klein stadje en iedereen kent iedereen. Met twee auto’s vol met
knuppels, boksbeugels en ploertendoders begeeft men zich richting de flat. Het
plan is: aanbellen, met een man voor de deur en de rest uit zicht, mij naar
buiten trekken en dan: BAM!
Mijn vader is echter 23
juni jarig en dus zit ik die dag bij mijn ouders. De ploeg belt aan, maar
tevergeefs…

Zondag 27 juni 2010
Is een rustdag in Kampen.
Je kunt rustig een knokploeg beginnen hierzo, maar als je de zondagsrust
verstoort, dan ben je het bokkie.

Maandag 28 juni 2010
Poging twee. De ploeg
komt dit keer ’s ochtends. Dat kan, de leden zijn van het type ‘they took our
jobs’(tkrjobs!), dus de tijd is er. Om 10.00 uur bellen ze aan. Ik ben er weer
niet, ik werk op maandagochtend wel. Ze rammen dan maar de fietsen bij de
ingang in elkaar. Maar niet de mijne, want op maandag werkt Mike niet, dus moet
ik met de fiets naar het station, want ik kan niet meerijden. Kut vind ik dat
altijd. Je went er toch aan om bij huis opgehaald te worden, zelfs knokploegen
doen het.
Dinsdag 29 juni 2010
Hoewel ze tot nu toe de
schijn tegen hadden, hebben de knokboys hun verstand ook niet in hun reet
zitten. Ze vogelen uit dat ik op werkdagen doe waarvoor ze bedoeld zijn en
besluiten na vijven te komen. Dit is de eerste keer dat ik me van hun bestaan
bewust word. Ze bellen aan. In mijn flat sta je dan nog op de begane grond,
voor een camera. Ik kijk en zie nog net iemand naar de zijkant wegstappen. Ik
denk dat het bezoek voor de gallerijjunk is, want die handelt ook. Op de een of
andere manier hebben zijn bezoekers de dope zo hard nodig, dat ze ook bij
anderen gaan aanbellen als hij niet opendoet, alsof hij dan ineens wel thuis
zou zijn. Ik doe dus niet open en negeer het aanhoudende gebel. Wederom keert
men onverrichterzake huuswurts.

Woensdag 30 juni 2010
Opdat de aanhouder mag
winnen, proberen ze het gewoon weer. Dit keer hebben ze het benul om niet bij
mij aan te bellen, maar bij een willekeurige buur. De aardige mevrouw verderop
laat ze binnen. Met zijn zevenen stappen ze gespannen in de lift. De lift kan
maar 450 kilo hebben, dus er breekt een fikse ruzie uit wie er met de trap
moet. Bijna hakken ze elkaar de schedel in, maar ze weten zich te beheersen.
Boven heb je twee deuren, een voor de gallerij rechts, een voor links. Ze
moeten weer aanbellen, mijn bel zit links, dus ze besluiten rechts te bellen en
dan beide deuren open te trekken als de zoemer klinkt. Dat werkt zo niet, als
je rechts aanbelt, gaat alleen de deur aan de rechterkant open. Links komt geen
gehoor, de aardige dame zit te poepen en links woont de gallerijjunk, dus die bewoners
doen niet open.

Donderdag 1 juli 2010
Echt een kutdag voor de
knokploeg. Ze weten hoe ze op het tweede level komen, maar de lift is kapot.
Iedereen moet met de trap. Bij de tweede deur doet alleen rechts open. Aan het
eind van de gang is een lichtpuntje. Er loopt een trap tot helemaal in de
kelder. Door de kelder kun je onder de flat door en dan met een identieke trap
op de andere gallerij komen. Maar die trap nemen ze dus drie keer op deze
manier. Zweten jongen, nie normaal. Razend staan ze uiteindelijk op de juiste
gallerij, voor mijn deur en ze bellen aan.
Ik ga kijken wie er aan
de deur is en zie die pissige bekkies al staan. Dus ik doe niet open, ik schijt
bagger als er een knokploeg voor de deur staat. Even tellen, zeven man,
duidelijk… Ze proberen mijn deur in te trappen, maar wij flatbewoners weten uit
ervaring dat zelfs de brandweer niet binnenkomt zonder zwaar materieel, dus ik
besteed er verder geen aandacht aan. Hoe
bang ik ook ben, het is heel gek, ik kan altijd slapen.

Vrijdag 2 juli 2010
Je moet bewondering
hebben voor het doorzettingsvermogen van de ploeg. Ze proberen het weer. Dit
keer komen ze om 16.00 uur en wachten ze bij de ingang. Ik werk op vrijdag niet
en lig tot 16.00 uur in bed. Mijn vriendin doet de boodschappen, dus eigenlijk
kom ik ook niet buiten. Jammer jongens.

Zaterdag 3 juli 2010
Voetbal zorgt ervoor dat
de hele ploeg niet kan. De eerste oefenwedstrijden van zesde, zevende en zelfs
een elfde team worden gespeeld en ze moeten allemaal op een ander tijdstip,
want ze zitten alleen bij elkander in de knokploeg, niet in het elftal.

Zondag 4 juli 2010
Uhh-uuuhhhh,
zondagsrust!!

Maandag 5 juli 2010
Je kunt zo’n knokploeg
niet eeuwig blijven ontlopen. Ik kom thuis om 17.30 en ze staan al te wachten. Eerlijk
gezegd had ik ze best kunnen omzeilen, maar ik voel me toch een beetje vereerd;
dat ze voor zo’n slapjanus als ik zeven man optrommelen. Met zijn allen rammen
ze me tot bloedens to. Terwijl ik bewusteloos op de grond lig, ontstaat er een
heftige discussie. In de oprichtingsstatuten staat namelijk “knokploeg”.
Sommigen willen echter doorgaan met rammen, maar anderen vinden dat geen goed
idee. Als je namelijk doorgaat, bestaat de kans dat ik overlijd. Dan is het
geen knokploeg meer, maar een doodseskader. Drie gasten haken voortijdig af. De
rest blijft gedesillusioneerd op het fietsenrek zitten. Met vier is het geen
knokploeg meer, laat staan een eskader, hoogstens een partijtje dubbel. Het
geeft toch minder voldoening dan je denkt.
Delen


Dank je, Mitch, geheel geïnspireerd op onze lezers...
Ferrara 94.215.167.133